Nieuws Blijf op de hoogte

21.03.2014

Kleitwitterschieten: de vrijheid van 140 tekens.

Gisteren luisterde ik samen met 1.600 studenten naar sprekers zoals Herman Toch, Pieter Goiris, Geert Troch, Kate Stockman, Jan De Coster, Chenling Zhang, Ilse Van Rilaer en nog enkele andere op het STIMA studentencongres met als thema: oude media versus nieuwe media. De ene spreker was al wat overtuigender dan de andere, maar allen hadden ze een en dezelfde boodschap: de wereld is aan het veranderen! De ‘oude’ wereld zoals we die kennen en zoals we die gewoon zijn, bestaat niet meer. Nog luider klonk de boodschap dat die wereld ook nooit meer terugkomt! De 1.600 studenten marketing kregen als opdracht om hiermee op een positieve manier om te gaan. Om dit niet als een bedreiging te zien, maar juist als een geweldige opportuniteit! Merken en bedrijven sturen niet langer boodschappen naar de mensen (lees: opleggen), maar merken communiceren nu mét mensen en consumenten communiceren mét andere consumenten over merken. De bedrijven die dat niet begrijpen en die daar niet kunnen op inspelen, zijn gedoemd ten onder te gaan.

Zo zal het onze leiders ook vergaan. Sommigen willen de ‘oude’ wereld houden zoals zij is, maar zullen ontdekken dat ze veranderingen en de nieuwe wereld niet kunnen tegenhouden. Het is niet omdat een leider mensen verbiedt om in 140 tekens een mening te verkondigen, dat die leider zijn oude systemen in stand zal kunnen houden. De enige manier om mensen tijdelijk het zwijgen op te leggen is het opnemen van wapens. Met repressie kan men vergeefs proberen veranderingen tegen te houden. De geschiedenis heeft ons geleerd dat dergelijke figuren het niet waard zijn om mensen te leiden. Spijtig genoeg heeft de geschiedenis ons ook geleerd dat dergelijke leiders op weg naar hun ondergang onnoemelijk veel schade en leed kunnen veroorzaken.

Ik hoop echt (en deze keer liever naïef dan cynisch) dat sommige leiders net zoals die 1.600 studenten gisteren op het marketingcongres begrijpen dat veranderingen niet kunnen worden tegengehouden. Dat veranderingen opportuniteiten zijn waarbij men op een positieve manier van het momentum gebruik kan maken om samen mooie zaken te verwezenlijken.

Een van mijn favoriete schrijvers Stephen King beschreef het reeds jaren geleden in zijn magistrale reeks De Donkere Toren. Het hoofdpersonage, Roland Deschain uit Gilead, is samen met enkele metgezellen onderweg naar die fameuze toren in een wereld die op raadselachtige wijze bekend aandoet en op onze ‘oude’ wereld lijkt, maar op een bevreemdende en fascinerende manier toch weer helemaal anders is. Roland Deschain uit Gilead zegt: “De wereld is verdergegaan!”

 

Als 1.600 studenten met dat gegeven iets zullen doen op een positieve manier, dan is dat toch niet te veel verwacht van onze leiders?

06.03.2014

Duizend (gas)bommen en granaten!

In 2014 belooft het opnieuw heel druk te worden in de Westhoek. Dit jaar worden er immers allerlei activiteiten georganiseerd en worden musea en historische sites opgefrist om 100 jaar “Groote Oorlog” te herdenken. Sinds deze ochtend begreep ik dat de ene dat al wat anders wil doen dan de andere.

Donderdag 6 maart 2014 werd in het nieuws terloops melding gemaakt van het feit dat in Poelkapelle de ontmantelingsinstallatie voor gevonden bommen uit de oorlog al enkele maanden buiten gebruik was en dat er geen geld was en is voor een herstelling. Dovo, de ontmijningsdienst van het Belgische leger, beperkt zich voorlopig dus tot de opslag van dergelijke munitie. Het leek een anekdote en ook in de kranten diende ik wat dieper te graven om meer informatie te vinden over dit nieuwsfeit. Dat ik meer dan normaal geïnteresseerd ben in dergelijke berichten komt door het feit dat ik werk aan een verhaal dat zich afspeelt in de Westhoek. Misschien wordt dat wel een thriller een van de volgende jaren. Bovendien woon ik aan de rand van die Westhoek. Dan luistert een mens al eens aandachtiger.

Enkele artikels verder begreep ik dat de installatie reeds in de zomer van 2012 defect raakte en dat er ondertussen ruim 3.200 gasbommen uit de Groote Oorlog gestockeerd liggen en wachten op ontmanteling. Eerder in de week werden er nog projectielen en munitie uit die Eerste Wereldoorlog ontdekt op een wei in Passendale, een andere gemeente in de Westhoek. Honderd jaar na datum ruimen mensen dus nog steeds de rotzooi op van die verschrikkelijke oorlog.

Dat er geen geld is om een installatie te herstellen of te vervangen, kon ik evenwel niet goed vatten. In eerdere berichtgeving enkele maanden geleden meende ik immers begrepen te hebben dat onze minister van Defensie De Crem wilde dat de volgende regering 6 miljard euro zou investeren in de aankoop van 40 nieuwe gevechtsvliegtuigen: F-35’s of Joint Strike Fighters, ter vervanging van onze verouderde F-16’s. Deze nieuwe toestellen zijn echt ontworpen om te bombarderen. Het zijn echte gevechtsvliegtuigen die ingezet kunnen worden voor militaire interventies. Bovendien kunnen ze ook de nieuwe, gemoderniseerde kernwapens, aanwezig op Belgisch grondgebied, vervoeren.

Laten we die ogenschijnlijk los van elkaar staande feiten even op een rijtje zetten. Onze minister van Defensie heeft geen geld om één installatie te herstellen of te vervangen die dient om rotzooi uit een oude oorlog veilig op te ruimen. Maar hij wil wel dat er 6 miljard euro wordt gevonden door de regering om 40 nieuwe gevechtsvliegtuigen aan te schaffen die nieuwe rotzooi kunnen vervoeren en droppen in nieuwe conflicten en nieuwe oorlogen…

Volgens mij kan dat tellen als statement om 100 jaar Groote Oorlog te herdenken.

“Duizend bommen en granaten!” zou kapitein Haddock uit de stripverhalen van Kuifje zeggen.

04.03.2014

Micro-economie en macro-economie voor beginners. En voor de Sp.a...

Afgelopen week geloofde ik niet wat ik hoorde tijdens het radionieuws met betrekking tot de aangekondigde sluiting in december 2014 van Heinz in Turnhout. Minister van Werk mevrouw Monica De Coninck noemde de aangekondigde sluiting en ontslagen “schandalig”. Tot daar kon ik haar nog volgen omdat ik dacht dat ze uiting gaf aan haar teleurstelling en frustratie over een falend beleid. Niets daarvan. Ze vervolgde haar uitleg: “Dit lijkt heel erg op een brute besparing in een mooi en rendabel bedrijf.” Om haar uitspraak nog wat meer kracht bij te zetten, vervolgde ze: “We hebben dat de laatste tijd al vaker gezien, dat zelfs rendabele bedrijven sluiten om te verhuizen naar andere plaatsen waar ze nog meer winst kunnen maken. Dan vraag je je af waarom ze die ingrepen doen.”

 

Hallo?!

Zo’n uitspraken zijn toch een aanfluiting van het gezond verstand en van de slachtoffers van dergelijke bedrijfsbeslissingen. Het is net alsof iemand zich zou afvragen waarom de energiefactuur voor het verwarmen van een nauwelijks geïsoleerde woning – nog zo’n stokpaardje van deze partij – zo hoog oploopt.

Ook ondergraaft een uitspraak als ‘we hebben dat de laatste tijd al vaker gezien’ het gezegde dat een ezel zich geen tweemaal aan dezelfde steen zou stoten…

De vraag stellen is ze beantwoorden: die bedrijven doen dat inderdaad om meer winst te maken. De echte vraag die de minister en haar collega’s dienen te stellen en te beantwoorden is daarom de volgende: waarom dienen commerciële ‘for-profit’ organisaties winst te maken? En liefst zo veel mogelijk.

 

Laten we ons daarom eerst naar het micro-niveau verplaatsen. Wanneer een persoon, zoals bijvoorbeeld een minister, maar meer nog een werknemer in een organisatie een bepaald budget heeft om zichzelf en zijn gezin te onderhouden, dan zal hij ook steeds proberen dit budget te maximaliseren. Dit kan op allerlei manieren: door loonsverhogingen te vragen, door hard te werken en promotie te maken, door bij te klussen, door de spaarrekening met de hoogste interestvoet te kiezen… Maar ook door aan de uitgavenkant als een goede huisvader te zorgen dat hij maximaal waar voor zijn geld krijgt. Door op zoek te gaan naar de goedkoopste vakantie, de goedkoopste wagen, of de beste kortingen te onderhandelen. Of het goedkopere kleedje voor zijn dochter te kiezen zodat hij twee stuks in plaats van een kan kopen. Of toch maar een kleedje te kopen en met het uitgespaarde geld samen naar de bioscoop te gaan. Daarbij vergeten veel mensen dat die goedkope kledingstukken misschien in landen worden geproduceerd waar men het niet zo nauw neemt met de arbeidsomstandigheden, of dat men in die verre vakantieoorden bediend wordt door medemensen die amper zelf kunnen overleven met een hongerloon. Maar je kan het mensen niet echt kwalijk nemen dat zij wat ze overhouden van hun zuurverdiende centen proberen te maximaliseren. Steeds zullen ze de ‘beste’ keuzes proberen te maken. Dat alles om uiteindelijk te zorgen voor continuïteit: een eigen huis, kinderen die kunnen studeren, hopelijk een rustige oude dag, iets om na te laten aan de kinderen.

 

Terug naar het macro-niveau. ‘For-profit’ bedrijven doen precies hetzelfde. Ze dienen winst te maken en zullen steeds afwegingen en keuzes maken over winstmaximalisatie. Hiervoor zijn er hoofdzakelijk drie redenen. Ten eerste dient een onderneming te zorgen voor continuïteit. De hoofddoelstelling van een organisatie is te streven naar het voortbestaan van de organisatie. Dat kan men hoofdzakelijk doen door ervoor te zorgen dat er voldoende financiële middelen zijn en blijven. Ten tweede dient een commerciële organisatie, die dus een behoefte en een vraag in de markt zo goed mogelijk probeert in te vullen, winst te maken en te maximaliseren, omdat die winst de organisatie zal toelaten om opnieuw te investeren in verbeteringen aan bestaande producten, in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten. Opnieuw dient ze dit te doen om continuïteit en voortbestaan na te streven. Tot slot dient een organisatie ook voldoende winst te maken om de aandeelhouders te vergoeden in ruil voor kapitaal dat ze ter beschikking stellen. Indien de organisatie dit niet op een bevredigende manier doet, dan gaan de aandeelhouders met hun kapitaal ergens anders naar toe, en komt opnieuw de continuïteit van de onderneming in het gedrang. Men kan dit goed of slecht vinden, maar dit is nu eenmaal het systeem waarmee we in een groot deel van de wereld opgescheept zitten. Bijgevolg kan men daar dus maar beter rekening mee houden. Ook en zeker politici.

 

Daarom zijn die uitspraken van minister De Coninck zo wereldvreemd. Zij, beter dan de gewone burger, kent het economisch systeem. Zij weet dus perfect waarom bedrijven liefst zo veel mogelijk winst maken. Het bedrijf Heinz is in deze ook heel transparant en communiceerde duidelijk dat het tot de helft goedkoper kan produceren in Engeland. U leest dat goed: in Engeland, een lidstaat van de EU. Niet in China, niet in India, niet in een of ander land waarvan we automatisch veronderstellen dat de lonen erbarmelijk laag liggen. Me dunkt dat mevrouw De Coninck, haar partij en andere collega’s van andere strekking alvorens verontwaardigde uitspraken te lanceren, eerst wat huiswerk dienen te maken over de loonlasten en goed moeten nadenken hoe ze de economie en de bedrijven in ons land verder willen laten ontwikkelen. Hoe ze samen met de bedrijfswereld tot een betere samenleving kunnen komen, uiteraard in het belang van de ondernemingen, maar ook en vooral in het belang van de mensen.

Haar partij heeft samen met anderen historisch een fantastische strijd geleverd om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden en een eerlijk inkomen uit arbeid, maar haar partij zal er ook voor moeten zorgen dat er morgen eenvoudigweg nog arbeid is. Anders zijn de mensen niet zo heel veel met die mooie, verworven werkomstandigheden.

 

De bedrijven van morgen die zullen winnen, zijn de bedrijven die kiezen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Duurzaam ondernemen met een goede balans tussen economische prestaties (profit), de sociale kant (people) en ecologische voorwaarden (planet). Maar ‘profit’ of winst zal altijd een van de belangrijkste drijfveren blijven.

Wat we daarbij nodig hebben is duurzame politiek. Politiek op langere termijn, met visie. Politici die maatschappelijk verantwoord politiek bedrijven volgens deze 3P-benadering: met oog voor economische prestaties (profit), de mensen (people) én de ecologische voorwaarden.

 

Maar ik vrees dat dat de eerstkomende maanden tot aan de verkiezingen net iets te veel gevraagd is.